Hoe vraag ik een PSA-test aan?

Om een PSA-test kun je zelf vragen.

Als je bij je huisarts komt voor een PSA-aanvraag, dan hanteert deze de richtlijnen van het Nederlands Huisartsen Genoodschap (NHG).

Je vind ze via deze link: Prostaatkanker | NHG-Richtlijnen

Hoewel er ontwikkelingen zijn, is er (nog) geen bevolkingsonderzoek voor prostaatkanker. Daarom wordt je PSA niet standaard gemeten. Je wordt dus niet uitgenodigd voor een PSA test. Om een PSA-test voor vroegopsporing kun je zelf vragen.

Als je je PSA-waarde wil weten, kun je daar zelf om vragen bij de huisarts.  Die licht eerst alle voor- en nadelen uitvoerig en neutraal toe. Daarna laat de huisarts je zelf beslissen (zogenaamd “informed consent” – afgewogen beslissing) of je een PSA test wil doen. Zo ja, dan regelt de huisarts die voor je.

Vroegopsporen van prostaatkanker heeft alleen zin, als je daardoor een betere kwaliteit van leven of genezing krijgt. Door je leeftijd of andere ziekten kun je door de vroegopsporing wel prostaatkankerpatiënt worden, zonder dat het iets uit maakt voor je klachten of overlevering.

Overdiagnose of niet?

Overdiagnose wordt vaak genoemd als nadeel.

Achteraf kan blijken dat er wel een hoge PSA-waarde is, maar geen prostaatkanker. Dan ben je onnodig ongerust geweest. Dit noemt men overdiagnose.

Vaak is prostaatkanker niet agressief en hoeft er geen behandeling plaats te vinden. Je voelt je dan misschien onnodig patiënt. Sommige artsen bepleiten om dit geen kanker meer te noemen. Dit noemt men ook overdiagnose.

Vroeger bestond het risico dat je onnodig een biopsie moest ondergaan. Hierbij wordt met een naald kleine stukjes weefsel weggenomen om in het laboratorium vast te stellen of je wel of geen prostaatkanker hebt. Dit is best een vervelende behandeling. Tegenwoordig wordt eerst een MRI gemaakt. Die kan vaak prostaatkanker uitsluiten. Daarom is nog maar in 1 op de 3 gevallen een biopsie nodig om aan te tonen of uit te sluiten dat je prostaatkanker hebt.

Maar er kan ook sprake zijn van onderdiagnose: je hebt wel prostaatkanker, misschien wel uitgezaaide dus niet meer te genezen prostaatkanker. Maar als je niet test, weet je dat pas na klachten, dus als het te laat.

Overbehandeling, of niet?

Overbehandeling wordt vaak genoemd als nadeel. Tegenwoordig wordt eerst een MRI gemaakt. Die kan vaak prostaatkanker uitsluiten. Daarom is tegenwoordig nog maar in 1 op de 3 gevallen een biopsie nodig om aan te tonen of uit te sluiten dat je prostaatkanker hebt. De laatste jaren is het onderzoek op prostaatkanker veel preciezer en manvriendelijker geworden. De arts kan heel goed bepalen of de prostaatkanker alleen goed gevolgd hoeft te worden of er een behandeling nodig is.

Anderzijds is er nog soms de psychische druk op overbehandeling. Als patiënt wil je je kanker liever kwijt, ook als de arts ingrijpen nog niet nodig vindt. Dan wordt soms de prostaat al wel  verwijderd, terwijl dat juist weer impact heeft op kwaliteit van leven, na de behandeling. Denk aan het risico te moeten leven met de mogelijke bijwerkingen, zoals incontinentie en impotentie. Door samen te beslissen met je arts kan overbehandeling zoveel mogelijk worden voorkomen.